Monitoring
Met langjarige monitoring onderzoeken we wat de 7 vinkjes bijdragen aan een duurzamer platteland en een beter verdienmodel voor boeren.
De 7-vinkjes zijn gebaseerd op wetenschap, boerenwijsheid en modelberekeningen achter de visie Landinzicht. Ieder vinkje op zich draagt bij aan een lagere milieu-impact. Samen dragen de vinkjes bij aan herstel van natuurlijke systemen.
Dat laatste tonen we aan door een gedegen en langjarig monitoringstraject waarmee we willen aantonen dat het 7-vinkjes project daadwerkelijk bijdraagt aan een duurzamer platteland en een beter verdienmodel voor boeren. Hoe, dat lees je hieronder.
Het belang van monitoring
Hoe geven we inzicht in de effecten van de 7 vinkjes op water, klimaat en natuur? Dit doen we door 10 jaar lang zorgvuldig de bedrijfsvoering en bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit te monitoren en relaties te leggen tussen het veranderde beheer, het landschap, de bodemgesteldheid en voorkomen van insecten. Deze bewijslast is nodig om andere boeren en vooral politici en beleidsmakers te inspireren. Het doel is hen te laten zien wat langjarige ondersteuning oplevert en hoe natuurinclusieve bedrijfsvoering meetbaar bijdraagt aan een betere leefomgeving.
Wat doen we met de resultaten
De resultaten worden teruggekoppeld aan de boeren, waarbij ze worden voorzien van uitleg en handelingsperspectief, zodat ze de inzichten direct kunnen toepassen in hun bedrijfsvoering. Daarnaast voegen we de gegevens samen in periodieke evaluaties van het 7-vinkjes project. Zo ontstaat een dataset die bruikbaar is voor boeren, onderzoekers, beleidsmakers en iedereen die wil leren van dit programma. Alle bevindingen worden gepubliceerd, zodat de sector als geheel profiteert.
Wat meten we aan biodiversiteit?
We volgen zowel de bovengrondse als ondergrondse biodiversiteit. De methodes zijn gekozen op basis van zorgvuldigheid en haalbaarheid, maar ook op boerenbetrokkenheid. Monitoring van bodemkwaliteit en fauna is kostbaar. Toch is dit essentieel om trends te kunnen duiden. Daarom combineren we professionele veldmetingen met analyses door gespecialiseerde partners. Boeren worden tijdens deze bezoeken meegenomen in het veldwerk, zodat zij beter begrijpen wat er in hun bodem en omgeving gebeurt en wat de invloed is van hun bedrijfsaanpassingen op de omgeving.
We meten:
Bodemleven
De bodem staat centraal en daarnaast dragen bijna alle maatregelen binnen het 7-vinkjes project bij aan een betere bodemgezondheid. Zo zorgt een gezonde bodem voor sterke gewassen en maakt het telen zonder chemische hulpmiddelen beter mogelijk.
Bodemprocessen zijn ingewikkeld en veranderen langzaam. Toch leggen we de ontwikkeling vast met meerdere meetmethoden. Experts die de data ter plekke verzamelen, nemen de boeren mee tijdens dit veldwerk. Zo krijgen de boeren uitleg, leren ze meer over het bodemleven, en zien ze wat er in de bodem leeft.
Onderdeel van de bodemmeting
- Uitgebreide bodemscan (Eurofins) en vergelijking met 1.000 andere boeren. Elke 3 jaar.
- Wormen- en springstaartentelling (Aquila Ecologie). Deze groepen zijn goede indicatoren voor bodemgezondheid, bodemstructuur, waterhuishouding en mogelijke vervuiling. Elke 2 jaar.
Meetopzet bodemfauna:
- Vier bodemmonsters van 20x20x20 cm per perceel op twee percelen per bedrijf voor de wormentellingen.
- Tullgren-extractie voor springstaarten, waarbij AI helpt om de aantallen te bepalen.
- Boeren zijn aanwezig bij het veldwerk, zodat zij leren wat er leeft in hun bodem
Bij het monitoren van de springstaarten en wormen, werken we samen met Aquila Ecologie. Zij passen een combinatie van veldbemonstering en laboratoriumanalyse toe. Deze methoden geven een representatief beeld van de bodemfauna.
In de winter van 2025 starten we de inventarisatie van regenwormen door op vier punten per perceel bodemmonsters van 20x20x20 cm uit te graven. Dit doen we op 2 percelen per boerenbedrijf. Er wordt maximaal 5 minuten gezocht naar regenwormen in het uitgegraven bodemmonster. De aanwezige regenwormen worden ter plaatse gedetermineerd.
Tegelijkertijd nemen we op vier punten per plot bodemmonsters voor de Tullgren-extractie, waarmee we springstaarten verzamelen en uitsorteren. We delen ze op in ecologische groepen en tellen ze met behulp van AI. De AI is niet 100% nauwkeurig, maar ruim nauwkeurig genoeg om duidelijke verschillen in aantallen zichtbaar te maken.
Tijdens het veldwerk leren de boeren meer over het bodemleven, krijgen ze uitleg en zien ze wat er in de bodem leeft.
Wormen
Wormen zorgen voor de afbraak van organisch materiaal waardoor voedingsstoffen vrijkomen. Bovendien graven ze tunnels en maken daarmee de bodem luchtiger en dragen bij aan de waterhuishouding. Ze zijn dus ontzettend belangrijk voor de vruchtbaarheid van de bodem, voor plantengroei en voor de stofkringlopen in het hele ecosysteem.
Springstaarten
Springstaarten zijn kleine, geleedpotige diertjes van 0,2-6 mm groot die in de hummuslaag en daaronder leven. Ze dragen bij aan de afbraak van organisch materiaal, verspreiden zaden en zijn een voedselbron voor veel ander bodemleven. Ze zijn een indicatie voor bodemgezondheid, maar ook voor bodemvervuiling, omdat het een groep is die snel reageert op veranderingen in de bodem.
Bestuivers en nachtvlinders
In dit project speelt De Vlinderstichting een grote rol: zij gaan de bestuivers monitoren en de nachtvlindermonitoring coördineren. Het is namelijk ontzettend belangrijk dat de veranderingen op de bedrijven over de tijd goed worden bijgehouden. Zo kan duidelijk worden wat het effect is van een bedrijfstransitie naar een regeneratieve, natuurinclusieve bedrijfsvoering op de biodiversiteit.
Bestuivers (dagvlinders, hommels en zweefvliegen)
Op elke 7-vinkjes boerderij worden dagvlinders, hommels en zweefvliegen om het jaar gemonitord. Tellingen vinden plaats tussen mei en augustus, verspreid over vier veldbezoeken, elke 2 jaar.
Samen met de Vlinderstichting monitoren we dagvlinders, bijen en zweefvliegen op de deelnemende boerderijen. Zo kunnen we bijhouden of het 7-vinkjes project bijdraagt aan de biodiversiteit. Dankzij die monitoring leren boeren veel meer over nut en noodzaak van insecten, en over hoe ze meer bijzondere insecten op hun land kunnen krijgen én behouden.
De monitoring vindt plaats op een gestandaardiseerde manier, verdeeld over drie vaste locatietypes per boerderij (houtig landschapselement, andere beheersmaatregel (denk aan natuurvriendelijke over, bloemrijke strook, patrijzenrand etc.) en midden op het perceel). Op elke locatie wordt 10 tot 15 minuten gemonitord. De exacte duur is afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige bestuivers op dat moment.
Voor dit onderzoek maken we gebruik van flextellingen. Dit betekent dat de drie locatietypes bij elke nieuwe telling vaststaan, maar dat de exacte plek binnen elk type opnieuw wordt gekozen. De reden hiervoor is praktisch: niet alle boeren weten nu al met zekerheid waar ze hun landschapselementen gaan aanplanten. Door de exacte meetlocatie flexibel te houden, voorkomen we dat we jarenlang monitoren op een plek waar uiteindelijk geen landschapselement komt.
Kortom: de methode blijft elke keer gelijk, alleen de specifieke locatie binnen elk type wordt per telling opnieuw bepaald.
Nachtvlinders
Om de veranderingen in biodiversiteit goed te kunnen monitoren zijn nachtvlinders een belangrijke groep. Veel mensen kennen de kleurrijke citroenvlinders, witjes en atalanta’s wel, maar weten niet dat we ook een ontzettend grote groep nachtvlinders hebben, namelijk meer dan 1126 macro- en micronachtvlindersoorten! Tijdens de nachtvlindermonitoring worden alleen macronachtvlinders gemonitord, dit zijn soorten die groter zijn dan 1 centimeter.
Net zoals dagvlinders, hebben nachtvlinders een waardplant (een specifieke plant waarvan ze eten en/of eitjes op leggen). Dit betekent dat ze afhankelijk zijn van bepaalde planten. Daarnaast zijn veel soorten (zoals vogels, vleermuizen, spinnen, vliegen etc.) afhankelijk voor hun voortbestaan van nachtvlinders. Ze spelen dus een ontzettend belangrijke rol in een ecosysteem.
De boeren gaan ook zelf aan de slag met de metingen van nachtvlinders. Hiervoor hebben ze een intake gehad van hoe dit moet, waarbij ze op 3 locaties op hun bedrijf LED-emmers uitzetten. Jaarlijks worden elke twee weken vanaf 1 april tot 1 oktober LED-emmers uitgezet, die ’s nachts LED-licht schijnen. Dit trekt de nachtvlinders aan die zich dan in of rondom de emmer verzamelen. De volgende ochtend wordt van elke vlinder een foto gemaakt en in de app van de Vlinderstichting gezet. Vervolgens determineert een nachtvlinder-expert van de Vlinderstichting de nachtvlinders en wordt dit teruggekoppeld aan de boeren en ons welke soorten zich in deze gebieden bevinden.
Vogels
Voor de monitoring van het 7-vinkjes project hebben we de handen ineengeslagen met Wilder Insight Lab! Met een Luistervink worden er real-time vogelgeluiden waargenomen en geïdentificeerd met behulp van AI. Hierdoor kunnen we over de jaren heen waarnemen hoe de vogeldiversiteit verandert.
Luister hier!
Al 3 van onze boeren hebben een Luistervink. Zo staat er een Luistervink midden in de BAM-akker van onze Groningse boer Hendrik Luth, hebben we een Luistervink geplaatst in de biodiverse bufferstrook (zie ook: https://bufferstroken.1001ha.nl/) van onze Texelse boer Vincent Lap én staat er een bij onze boer uit Zeeland, Annelies Dees. Bij meer van onze boeren zal een Luistervink geplaatst worden.
Wat kunnen we met deze data?
Vogels zijn ontzettend belangrijke indicatorsoorten van een goed ecosysteem. Doordat een deel van de soorten aan de top van de voedselketen staat, zegt de verandering in soortensamenstelling veel over veranderingen onderin de voedselketen. En doordat de Luistervink dag in dag uit vogelgeluiden opneemt, kunnen we heel gemakkelijk monitoren hoe de soortensamenstelling over de jaren heen verandert en dit koppelen aan veranderingen in bedrijfsvoering.
Landschap (remote-sensing)
Een belangrijk onderdeel om te verklaren waarom de biodiversiteit toeneemt is het landschap. Houtige elementen dragen bij aan meer vliegende insecten en spelen een belangrijke rol in de aanwezigheid van nachtvlinders en andere bestuivers. Daarnaast is dit ook een van de methodes om te testen of de boeren voldoen aan vinkje 4 ‘10% landschapselementen’.
Met behulp van remote-sensing kunnen we de veranderingen over tijd in en op het bedrijf en in de omgeving waarnemen. Dit doen we in samenwerking met Wageningen Universiteit en Research. Met remote-sensing worden satellietbeelden gebruikt, waarmee je de aanwezige landschapselementen en bodembedekking in kaart kunt brengen. Meer informatie hierover volgt nog.
Wat meten we aan bedrijfsvoering?
Om de ontwikkeling van de biodiversiteit goed te begrijpen, monitoren we niet alleen de natuur, maar ook de bedrijfsvoering. Door beide over de jaren heen bij te houden, kunnen we zien welke veranderingen op het boerenbedrijf samenhangen met veranderingen in biodiversiteit.
We meten:
Bedrijfseconomisch perspectief
Een belangrijke vraag die wij graag beantwoord willen hebben is: is de 1000,- per hectare voldoende om de transitie te maken? Met Martijn van der Heiden (hoogleraar natuurinclusieve plattelandsontwikkeling bij de RUG, en klankbordgroeplid) zijn we deze monitoring momenteel nog aan het vormgeven. Hierbij zullen we kijken naar het monitoren van economische rendabiliteit in de vorm van de ontwikkeling van het netto bedrijfsinkomen, en de uitgaven specifiek gericht op het behalen van de 7 vinkjes. Daarnaast willen we graag meer inzicht krijgen in de sociale ontwikkelingen die gepaard gaan met de transitie naar regeneratieve landbouw, daarvoor zijn we een vragenlijst aan het opstellen die we bij de jaarlijkse evaluatie opvragen.
Bodemanalyses Eurofins
Urgenda heeft samen met de 7-vinkjes boeren gekozen voor samenwerking met het landelijke ReGeNL programma voor regeneratieve landbouw. ReGeNL biedt boeren vier jaar ondersteuning. De ondersteuning bestaat uit advies uren van agrarische begeleiders, bodemmonitoring in jaar 1 en 4 door Eurofins en een kleine onkostenvergoeding voor deelname gedurende 4 jaar.
Deze bodemmonitoring, ook wel de Bodemgezondheidsindicator, kijkt naar zowel chemische als fysische aspecten van de bodem, zoals de bodemsamenstelling en -structuur, de huidige koolstof status, microbiële verhoudingen, beschikbare nutriënten, plantbeschikbare zware metalen, en verschillende andere parameters. Op basis van deze uitgebreide metingen wordt uiteindelijk een bodemscore toegekend.
Daarnaast is deze ook goed vergelijkingsmateriaal tussen onze 20 boeren die 10 jaar ondersteuning krijgen om aan 7 vinkjes voor regeneratieve landbouw te gaan voldoen en de overige 980 boeren die betrokken zijn binnen het ReGeNL project.
TOPmest
Zeg nooit zomaar drijfmest tegen drijfmest, er zijn namelijk grote verschillen! Grootschalig onderzoek in 2019 liet duidelijk zien dat gerijpte, niet stinkende, emissie-arme drijfmest (top mest dus) veel beter voedsel is voor het bodemleven en een betere grasgroei toelaat dan de minderwaardige, rottende, stinkende, emissierijke stront. Verder zijn er ook grote verschillen in bemesting efficiëntie/ Bovendien is er een duidelijke link te leggen tussen natuurlijk beheer van grasland, mestkwaliteit en diergezondheid.
Daarom hebben wij onze veehouders als groep aangemeld voor de Topmest cursus. In het voorjaar is bij alle veehouders een mestmonster genomen. Nu zijn de resultaten hiervan teruggekomen en de rapporten naar de boeren teruggekoppeld. Daarnaast organiseren we een bijeenkomst waarin Peter van Hoof de boeren uitlegt hoe je dit rapport kunt lezen en wat je met deze gegevens hiermee kunt; hoe je bijvoorbeeld je rantsoen kan optimaliseren, of je koegezondheid kan verbeteren. We leren de boeren hoe ze zelf dit rapport kunnen lezen zodat we de volgende jaren kunnen blijven meten, en hier de boeren handvaten mee geven over hoe ze elk jaar mest en bodem kunnen optimaliseren.
In- en output bedrijf
Ook zullen we samen met de boeren samenzitten om de in- en outputs van hun bedrijf (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, voer, melk, oogst etc) te noteren. Op deze manier kunnen we de veranderingen in bedrijfsvoering over de jaren heen koppelen aan de biodiversiteitsmonitoring, de circulariteit van het bedrijf en het behalen van de 7-vinkjes. En kunnen de inzichten uit de monitoring direct bijdragen aan de keuzes in de bedrijfsvoering van de boeren. Deze data zullen we jaarlijks opvragen tijdens een jaarlijkse evaluatie.