Eén van de grootste uitdagingen voor de akkerbouwers binnen het 7-vinkjesproject is het reduceren van bestrijdingsmiddelen. Met name in uien en aardappelen worden veel bestrijdingsmiddelen gebruikt die bijvoorbeeld PFAS bevatten en daarbij een gevaar vormen voor de biodiversiteit en de gezondheid van mens en milieu. Om hen te ondersteunen organiseerden we een webinar over natuurlijke plaagbestrijding (zie deze hier terug), maar ook een excursie. Want hoe werkt dit dan in de praktijk en wat moet je dan doen?
Op 17 juli gingen we in de ochtend langs bij gangbaar akkerbouwer Nanco Lont, uit Wieringerwerf in Noord-Holland. Hij teelt onder andere pootaardappelen en uien, twee teelten die gevoelig zijn voor verschillende ziektes en plagen. En tóch heeft hij al 5 jaar geen insecticiden in zijn uien toegepast, en ook nauwelijks in zijn pootgoed. Ook past hij al jaren geen middelen met pyrethroides meer toe op zijn bedrijf. Hoe doet hij dit? Over de jaren heen heeft hij door verschillende studiegroepen geleerd over het belang van natuurlijke plaagbestrijders en dat als je investeert in de natuur, je er ook heel erg veel voor terugkrijgt.
Zo is hij overgestapt naar resistente aardappelrassen, tegen onder andere phytophtera, schurft en luizen. Daarnaast is hij langzaamaan gaan afbouwen in het gebruik van insecticiden, want hij gaf ook aan dat dat niet in een keer kon. In de tussentijd heeft hij meerjarige akkerranden aangelegd. Deze bestaan uit een mengsel van kruiden, bloemen en houtige soorten. Zo zorgt hij dat er zowel voortplantingsmogelijkheden zijn als voedsel en onderdak voor de natuurlijke plaagbestrijders. Wanneer we bij zijn uien staan, laat Nanco zien hoeveel natuurlijke plaagbestrijders er inmiddels zijn. Zo zien we op veel van zijn uien de eitjes van een groene gaasvlieg, een belangrijke natuurlijke plaagbestrijder van trips. Hij geeft aan dat 1 groene gaasvlieg eitje op 20 planten voldoende is voor een goede bestrijding van de trips. In dit perceel zit het wel goed dus.
Wat kunnen we hiervan leren? Nanco heeft percelen met een breedte van 250m, en aan beide kanten heeft hij stroken van 9m (tevens deels kopakker) voor biodiversiteit ingericht. “In mijn ervaring is dat genoeg; de insecten moeten op deze manier maximaal 120 meter overbruggen naar het midden van het perceel. Meerjarigheid in de stroken is ook belangrijk, op die manier hebben de populaties van plaagbestrijders een plek om te overwinteren en voort te planten. En wil je het hier soms kort maken om overwoekering te voorkomen, dan het liefst maaien in plaats van klepelen, en zacht rijden; op die manier is er zo min mogelijk schade. Het beste is om kleine stukjes te maaien, ook wel sinus-maaien genoemd”. Nanco zaait de stroken tegelijk met zijn uien, op die manier kan hij er ook nog eens schoffelen om onkruid en vergrassing tegen te gaan. “En het belangrijkste; geduld is een schone zaak. Soms zie je de trips toeslaan, en wacht je toch af in plaats van voor een bespuiting te kiezen. Dan blijkt na een week dat de natuurlijke bestrijders je het werk uit handen hebben genomen.”
Heb je vragen over hoe jij natuurlijke plaagbestrijding op je bedrijf aan kunt pakken, of welke soorten je hiervoor in kunt zetten? Mail dan naar: roos.kobben@urgenda.nl
Natuurlijke plaagbestrijding begint bij een goede bodem
We sloten de excursie af met een bezoek aan John Huiberts. Kortgeleden heeft hij zijn biologisch bollenbedrijf overgedragen en is begonnen met het bedrijf Living Soils, waar hij zich samen met collega Jelena Kortic bezighoudt met van alles rondom gezonde bodems. Ze geven bodemadvies, maar doen ook onderzoek en produceren “microbioom”. Dit is een product van inheemse micro-organismen (schimmels, bacteriën, protozoën en nematoden), dat over elke bodem kan worden gespoten om zo de bodem te inoculeren met een gezond ‘microbioom’.
“Elk mens heeft een goede darmflora nodig dat bestaat uit gezonde samenstelling van micro-organismen. Hetzelfde geldt voor een gezonde bodem”, aldus John. Het kan jaren duren om tot een gezonde bodem, met voldoende micro-organismen, te komen. Het toepassen van microbioom in combinatie met advies en begeleiding (voor het afbouwen van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, die bodemleven juist afbreken), geeft boeren de mogelijkheid hun bodem (versneld) te herstellen. Daarnaast lieten de eerste voorzichtige resultaten zien dat het toepassen van het microbioom zorgt voor een sterkere plant en een bodem die beter bestand is tegen ziektes en plagen.
Meer weten? Kijk op https://livingsoils.nl/