Vanuit het 7-vinkjes project vragen wij van onze boeren om de transitie te maken naar natuurinclusieve landbouw. Dit doen wij omdat wij geloven dat natuur en landbouw verweven zijn met elkaar. Echter, werken ze elkaar ook weleens tegen. Dit merkte onze 7-vinkjes boer Eugene Hoppenreijs uit Elst op. Voor het 7-vinkjes project had Eugene net een aantal mooie wilgen aangeplant (en laat dat nou het favoriete voedsel van de bever zijn), toen hij een harde plons hoorde. Van zijn net aangeplante wilg was nog maar een stompje over: het resultaat van de bever.
Om deze reden schakelde wij beverexpert Wiet van Bragt in en nodigde nog wat meer mensen uit een kijkje te komen nemen. “Om samen met open vizier te kijken wat er gebeurt”, aldus directeur Hanneke van Ormondt. Inderdaad denkt ecoloog Wiet van Bragt van waterschap Aa en Maas aan een bever en neemt de genodigden -van pers tot tweede kamerlid en provincie ambtenaar- mee in de wondere wereld van dit oeroude dier.
De bever in Nederland
De bever leefde al in Nederland tijdens het Tiglien, 2 miljoen jaar geleden, ruim voordat er mensen waren. Het dier voelde zich hier thuis in ons natte, moerassige laagland en was destijds een algemene soort. Vervuild water en jacht maakte een einde aan bevers in Nederland: in 1826 werd in Zalk (Overijssel) de laatste bever gedood. In het dorp staat nog altijd een standbeeld van het dier.
De herintroductie van de bever in de jaren 1980 en 1990 is echter succesvol. Momenteel zijn er naar schatting meer dan 3500 dieren en het aantal groeit nog steeds. “Via de Biesbosch en de rivieren verspreiden ze zich over Nederland”, aldus Van Bragt.
Ecologische meerwaarde
“En dat is goed nieuws”, legt hij uit. “Ecologisch gezien is het dier heel waardevol. Waar ze bomen omknagen en dammen bouwen, komen tal van bijzondere dier- en plantensoorten terug. Ook dragen ze zorg voor een natte omgeving en gaan zo verdroging tegen. Voor de mens bleek de bever ook waardevol: toen er flinke overstromingen waren in Limburg in 2021, werd het water door beverdammen nog deels tegengehouden.”
“Het punt is alleen, dat het dier net zo eigenwijs is als de mens. Wij bemoeien ons beiden met waterwerken, maar we hebben er wel een ander idee over. En we laten ons beiden niet van ons plan afbrengen. Dat botst wel eens. Bevers kunnen door hun gegraaf in dijken bijvoorbeeld die waterkeringen in gevaar brengen, en werktuigen zakken niet zelden door de bodem heen als er bevers onderdoor gegraven hebben.” De ecoloog lat indrukwekkende plaatjes zien van omgevallen trekkers.
Ook aan dammen heeft de bever een volhardendheid: verwijdert de mens er een, dan staat er de volgende dag alweer een nieuwe. “Vaak gemaakt van omgeknaagde bomen, maar soms ook van maisstengels” vertelt Van Bragt. “Normaal gesproken laten bevers gewassen wel grotendeels met rust”, zegt hij geruststellend tegen boer Eugene, “maar garanties geef ik niet. Ik heb weleens gezien dat een halve hectare mais werd verwerkt in een sloot, om hem nauwer en dieper te maken. Bevers leggen op die manier hun eigen snelwegen aan.”
Omdat de bever een beschermde soort is, mag er alleen worden voorkomen dat het dier ergens komt. Bijvoorbeeld door gaas tegen de oever te spannen, waar dan geen bevertunnel meer doorheen kan. Kosten: € 150 per meter, geen vergoeding mogelijk. Bejagen mag niet, behalve in Limburg. Verjagen mag alleen het waterschap, dankzij een ontheffing. “Eerder deden wij dat dan ook voor particulieren, maar helaas komen we daarvoor nu mensen tekort. En alleen directe vreet-schade aan gewassen wordt vergoed. Het is erg jammer dat er geen faciliteiten zijn voor gedupeerden, want zo wordt het diertje niet bepaald populair. Waar mensen op afstand nog enthousiast zijn over de herintrede, worden ze door een ontbrekende visie en beleid vanzelf negatief als het diertje hen in de weg komt te zitten. Terwijl we denk ik een heel eind komen met zones: daar waar de bever absoluut niet mag zijn, daar waar een naast elkaar kunnen leven en zones waar de bever zijn best mag doen om natuur en landschap te verrijken.”
“Ik geniet van alles wat hier nu mag verschijnen”
Boer Eugene vindt het nog niet zo’n ramp. Hij baalde even van het werk dat tenietgedaan werd, maar heeft de resterende wilgen beschermd met een boomstambeschermer en een stroomdraadje gespannen. “Ik zou het eigenlijk wel leuk vinden om een bever te zien. Sowieso verbaas ik mezelf erover wat er hier allemaal neerstrijkt sinds ik ben omgeschakeld. Zoals de koninginnepage, libelles en bijzondere nachtvlinders zoals avondrood. Die monitor ik samen met de vlinderstichting. Waar ik vroeger alles weghaalde omdat het efficiënter te maken, mag er nu van alles komen. Daar geniet ik ook van.”
Na de granen (triticale) en het grasklaver die nu op het land staan, wil Eugene verder met biologische bieten en aardappelen, mede mogelijk gemaakt door de steun van het 7-vinkjes project. “Ik zou dan de aardappelen langs de sloot zetten, want daar houden bevers niet zo van. En meestal blijven ze binnen 15 meter uit de oever”, adviseert Wiet. Hij pleit voor een nationaal beverplan waarin ook ruimte is voor vergoedingen, bijvoorbeeld via de ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer).
Het bezoek aan Eugene laat zien hoe wij vanuit het 7-vinkjes project samen aan oplossingen werken. Door boeren, ecologen en beleidsmakers bij elkaar te brengen zoeken we samen naar praktische oplossingen, zodat natuur en landbouw uiteindelijk weer samen kunnen werken in plaats van tegen elkaar in.




