Aan de slag met vinkje 3: Reductie bestrijdingsmiddelen

Het 3e vinkje van het 7-vinkjesproject is ‘zo min mogelijk pesticiden’. Bij de uitleg staat: ‘uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen’.

Bij de boeren levert dit vragen op. Over de terminologie: waarom gebruiken we verschillende termen – bestrijdingsmiddelen, pesticiden, gif en gewasbeschermingsmiddelen – door elkaar; wat er precies van ze wordt verwacht, wat is ‘zo min mogelijk’? Maar de meesten vragen zich gewoon af waar en hoe te beginnen. Hiervoor hebben we de hulp van experts ingeroepen, en hun advies besproken met de boeren.

Terminologie

Bij het 7-vinkjesproject kiezen we er meestal voor om het woord bestrijdingsmiddelen te gebruiken, want dat is wat deze middelen doen; ze bestrijden onkruid, een ziekte, een schimmel of een plaag. Niet alle bestrijdingsmiddelen beschermen het gewas, niet alle bestrijdingsmiddelen zijn gif. Dus vandaar.

Zo min mogelijk

Dan de rest van de zin: “zo min mogelijk”. Waar leggen we de grens dan als Urgenda zijnde, wat verstaan we onder zo min mogelijk? Met het 7-vinkjesproject ondersteunen we agrariërs die richting een regeneratieve vorm van landbouw willen bewegen. Hieronder verstaan wij een vorm van landbouw met maximale fotosynthese, zo min mogelijk externe inputs en zo veel mogelijk gebruikmakend van de natuurlijke systemen in de bodem en omgeving. De meeste bestrijdingsmiddelen passen hier niet bij.

Tegelijkertijd hebben de boeren 10 jaar de tijd om naar deze vorm van landbouw toe te werken. De hoop is dat de bodem zo gezond is, dat we zoveel hebben geleerd over weerbare gewassen en natuurlijke bestrijdingsmiddelen, dat synthetische of toxische middelen niet meer nodig zijn.

Waar te beginnen?

De afgelopen tijd hebben we met twee agrarisch adviseurs – Johnny Remijn van Delphy en Sander Bernaerts van Naturim – hard gewerkt om een stappenplan per teelt te maken. Daarbij zijn drie zaken belangrijk:

Reductie gebruik

Een reductie van bestrijdingsmiddelen is bij bepaalde toepassingen eenvoudig. Bijvoorbeeld omdat het voordeel voor de boer vanuit landbouwkundig oogpunt er simpel niet is of anders marginaal is. Voorbeelden hiervan zijn luisbestrijding in consumptieaardappel, zaadontsmetting in graan en bespuiting tegen afrijpingsziekten in graangewassen. Ook zijn er voor veel bespuitingen prima niet- chemische alternatieven. Een voorbeeld is glyfosaat. Dit wordt nog te vaak te makkelijk ingezet, bijvoorbeeld voor het doodspuiten van een vanggewas voor maisteelt. Zelfs bij bedrijven die niet ploegen moet een gebruik van 0,5 kg actieve stof per jaar ruim toereikend zijn. In teelten als sperzieboon, kool en knolselderij is mechanische onkruidbestrijding zo effectief dat onkruidbestrijdingsmiddelen niet nodig zouden moeten zijn.

Toxiciteit

Welke middelen zien we graag zo snel mogelijk verdwijnen vanwege de toxiciteit voor mens of bodem. Dit zijn bijvoorbeeld:

• Middelen die in de zogenoemde Toxic Twelve staan.
• Middelen die PFAS-stoffen bevatten.
• Middelen die een ernstige bedreiging voor natuurlijke bestrijders of bestuivers vormen (basis: CLM-milieumeetlat score C of >1000MBP op water- bodem- of grondwater)
• De Candidates-for-Substitution lijst opgesteld door de EU, met middelen die aantoonbaar een gevaar vormen voor de gezondheid van mens en/of milieu.

Dit leidde tot goede gesprekken tussen de adviseurs, met afwegingen die ook zijn gedeeld met de boeren. Er zijn op sommige vlakken pijnpunten en lastigheden. Een voorbeeld is Zorvec/ Orondis in uien tegen valse meeldauw. Dit is een pfas-middel en zouden we niet moeten willen vanwege de persistentie van pfas. Aan de andere kant is valse meeldauw een desastreuze ziekte in een belangrijke teelt. Als dit middel wegvalt zit je met flinke teeltrisico’s en ook met risico’s van optreden van resistentie. Dit blijft een lastige afweging in de gangbare teelt.

Samen leren en testen

Met alle akkerbouwers zijn de lijsten per teelt besproken, en naast hun spuitplannen gelegd. Voor een deel van de akkerbouwers was het een openbaring om meer te leren over de toxiciteit van bepaalde middelen. Deze informatie wordt immers niet vrijuit besproken in agrarische media. Vaak komt kennis van erfbetreders die gelijk ook verkopers zijn.

Alle 7-vinkjes akkerbouwers gaan aan de slag met de nieuwe kennis, en zullen dit jaar kijken hoe het telen zonder deze middelen uitpakt. Met hun agrarische begeleiders zullen zij bespreken welke alternatieve maatregelen zij kunnen nemen om de teelt weerbaarder en gezonder te maken. Pakt dit goed uit, dan zullen we de lijsten ook delen op de site en met andere projecten.

Uitdagingen in de praktijk

Telen zonder bestrijdingsmiddelen die in één van de bovenstaande categorieën vallen is best een grote omslag voor de meeste gangbare akkerbouwers. Met name voor de teelt van aardappelen en uien, teelten die voor de meeste akkerbouwers de ‘cash crops’ zijn, verandert dit de zaak drastisch. Phytophthora blijft een bedreiging waar ook de biologische sector niet zomaar een antwoord op heeft, en ook een rendabele uienteelt blijft een flinke uitdaging. Tegelijkertijd vervallen er sowieso een heel aantal middelen de komende jaren (om goede redenen).

Werken aan een gezonde bodem

Tegelijkertijd met het afbouwen van het middelengebruik werken de akkerbouwers aan het opbouwen van het bodemleven, het afbouwen van kunstmest en het invoeren van regeneratieve maatregelen. Op die manier wordt de bodem, de omgeving en de plant weerbaarder en kan op termijn hopelijk nog minder chemie gebruikt worden!

Gerelateerde vinkjes

Zo min mogelijk pesticiden

Gerelateerde bedrijfstypen

Akkerbouwer