Gerko & Dina Kaput
- Akkerbouwer
- Bellingwolde
- 194
- zand
Akkerbouwbedrijf Kaput
In het uiterste noordoosten van ons land runnen Dina en Gerko samen het akkerbouwbedrijf Kaput. Op Oldambsterklei en op het zand verbouwen ze op ongeveer 194 hectare verschillende gewassen, waaronder zetmeelaardappelen, bieten en granen, volgens het traditionele veenkoloniale bouwplan. Een aantal jaar geleden kwamen ze echter in aanraking met regeneratieve landbouw, door het volgen van een cursus van Bij de Oorsprong, en waren verkocht. Sindsdien proberen ze stap voor stap hun bedrijf verder te regenereren. Het 7-vinkjesproject zorgt ervoor dat ze hierin nog meer kunnen versnellen.
Dina en Gerko kiezen bewust voor een stapsgewijze aanpak, waarin leren, observeren en bijsturen centraal staan. Niet alle maatregelen worden in één keer ingevoerd; per jaar wordt gekeken welke stap past bij de bodem, het gewas en de bedrijfssituatie. De bodem vormt daarbij steeds het uitgangspunt. Door systematisch te werken aan bodemleven, organische stof en gewasvitaliteit willen zij de afhankelijkheid van externe inputs verminderen. Tegelijkertijd blijft de productie van volwaardige gewassen belangrijk, zodat het bedrijf economisch levensvatbaar blijft tijdens de transitie. Ondersteuning vanuit het 7-vinkjesproject maakt het mogelijk om deze leerfase te versnellen en om investeringen te doen die op korte termijn nog niet volledig renderen, maar op lange termijn bijdragen aan een veerkrachtig landbouwsysteem.
Over het bedrijf
Bouwplan
- Aardappelen
- Suikerbiet
- Zaaiui
- Graszaad
- Granen
Bouwplan na omschakeling
- Lorem ipsum dolor
De komende 3 jaar
De komende drie jaar staan voor Dina en Gerko in het teken van leren, experimenteren en stap voor stap toepassen van regeneratieve maatregelen binnen het bestaande bouwplan.
Vinkje 1: de bodem is de basis
De bodem vormt het fundament, en over 10 jaar willen Dina en Gerko precies weten waar het bodemleven negatief op reageert en welke maatregelen het bodemleven juist stimuleren. Dit zullen ze doen door de volgende stappen te zetten:
- Aanschaffen van machines, zoals een eg voor mechanische onkruidbestrijding;
- Inzaaien van groenbemesters;
- Duurzame samenwerking aangaan met veehouder voor aanvoer van behandelde mest;
- Investeren in materialen om compostthee en fermenten te bereiden.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Op termijn streven zij naar het volledig loslaten van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Door te werken aan een actief bodemleven en natuurlijke nutriëntenkringlopen willen ze de afhankelijk van externe inputs verder verminderen. Hiervoor zullen ze de volgende stappen zetten:
- Intensieve bladsapanalyses zullen worden genomen van elke teelt;
- Ze zullen advies gaan inwinnen van verschillende experts;
- Zo zullen ze leren hoe ze optimale vitaliteit kunnen behalen.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
In de komende jaren willen ze een concreet plan maken om te kijken waar de 10% landschapselementen zullen komen. Hiervoor hebben ze nu de volgende ideeën:
- Inzaaien van (bloemrijke) akkerranden;
- Aanplant van windsingel op erosiegevoelige plek en (noten)bomen;
- Aanleggen van natuurvriendelijke oevers.
Uitdagingen en ambities
Het doel van Dina en Gerko is om over 10 jaar producten op de markt te brengen waarvan met zekerheid kan worden gezegd dat zij meer vitaminen en inhoudsstoffen bevatten. De grootste uitdagingen voor dit plan liggen in de beperkte arbeids- en financiële ruimte, het ontbreken van gelijkgestemden en samenwerkingspartners in een overwegend gangbaar landbouwgebied, en een bouwplan en afzetmarkt die niet altijd optimaal aansluiten bij de behoeften van het bodemleven. Om zekerheid te bereiken gebruiken ze de komende jaren om minder effectieve of nadelige keuzes uit het teeltsysteem te elimineren. Tegelijkertijd willen ze zich blijven verbinden aan bedrijven en collega’s die kunnen ondersteunen bij afzet en bij het zoeken naar passende vormen van certificering voor kwaliteit.
De belangrijkste drijfveer achter dit plan is hun intrinsieke motivatie. Dina en Gerko willen graag iets goeds doen voor hun leefomgeving en een positieve bijdrage leveren aan de voedselvoorziening, juist op deze plek en voor de mensen die in Nederland wonen. Inmiddels hebben ze ervaren dat de omslag naar regeneratieve landbouw op de korte termijn bedrijfseconomisch nog niet vanzelfsprekend rendabel is. Daarom is ondersteuning noodzakelijk om deze transitie mogelijk te maken en vol te houden en vinden ze bij het 7-vinkjes project de aansluiting die hen daarbij helpt.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

