Melkveebedrijf Anna's Hoeve

Henno runt samen met zijn vrouw Femke als 4e generatie het familiebedrijf Annas Hoeve, waar al sinds 1898 geboerd wordtDoor familieomstandigheden, vroeg overlijden en chronische ziekte, is het bedrijf vanaf de jaren ‘90 kleinschalig gebleven. Te klein om van alleen de melkveetak een economisch gezond bedrijf te maken. In ’95/’96 stapten ze op 19-jarige leeftijd volledig in het bedrijf, wetende dat ze het anders moesten en wilden doen als de weg van de schaalvergroting. Het Gein is een bijzonder gebied met beperkte mogelijkheden, waar een groot aantal jonge boeren of boeren met opvolgers vol passie hun bedrijf hebben. Het ligt middenin verstedelijkt gebied (Amsterdam), wat ervoor zorgt dat kansen en bedreigingen dichtbij zijn. Henno en Femke hebben altijd gezocht naar versterking van de boer-burger-binding. Met het zelf verzuivelen vanaf 2004, het oprichten van Anna Haen in 2007 (dagrecreanten, fietsers, wandelaars, bedrijven), het openen van Anna’s Voorhuis in 2015 (verblijfsrecreatie) en Anna’s ZuivelLokaal in 2021 hebben zij een dynamisch bedrijf weten op te bouwen. Tegelijk met de oprichting van Anna Haen hebben ze met een 4-tal boeren de Groene Hart Coöperatie opgericht, een succesvolle schakel in streekproducten. Henno is hier vanaf de oprichting 7 jaar voorzitter van geweest.  

Henno en Femke hebben hun bedrijf anders willen inrichten dan gangbaar gebruikelijk is. Niet alleen om zelf van deze plek te kunnen blijven genieten, maar juist ook om ruimte te bieden aan anderen: consumenten, recreanten en collega-boeren. Die wens vormt de basis voor hun verdere ontwikkeling richting een meer regeneratief en toekomstbestendig bedrijf. 

De komende jaren zullen Henno en Femke stap voor stap de natuurlijke processen gaan versterken, terwijl de huidige productie behouden blijft. In de eerste jaren zal de focus met name liggen op het afronden en ordenen van lopende bedrijfsprocessen. Voor de percelen betekent dit dat er wel aanpassingen worden gedaan, waarbij wel gelet wordt op de huidige productie en eiwitgehalte. Het doel is om zonder externe meststoffen te kunnen werken en de natuurlijke productiekracht van de bodem en grasland beter te gaan benutten. Zo wordt het bedrijf ook weerbaarder tegen klimaatverandering. Leren van elkaar en van de praktijk staat hierbij centraal.  

Over het bedrijf

Huidige situatie
  • 29 hectare grasland
  •  
  •  
Bouwplan na omschakeling
  • Lorem ipsum dolor

De komende 3 jaar

In de komende drie jaar werken Henno en Femke gericht aan het versterken van de bodem, het landschap en de dierhouderij, binnen de kaders van het bestaande bedrijf. De maatregelen worden gefaseerd ingevoerd, met ruimte om te leren, te monitoren en bij te sturen. 

Vinkje 1: de bodem is de basis

Na het volgen van een bodemcursus is een uitgebreid bodemadvies opgesteld. Uit de analyse blijkt dat er op 15–25 cm diepte een storende laag aanwezig is, waardoor bodemleven en vertering zich vooral beperken tot de toplaag. Om de natuurlijke processen in de bodem te activeren en de productiekracht van het grasland duurzaam te versterken wordt: 

  • Op korte termijn gewerkt met een molpootbewerking; 
  • Op lange termijn met langzaam werkende kalken, zoals zeeschelpenkalk.  
  • 5ha kruidenrijk grasland gerealiseerd.  

Vinkje 2: Geen kunstmest

Het stimuleren van bodemprocessen gaat hand in hand met het verminderen van kunstmest. Hiervoor nemen Henno en Femke de volgende stappen:  

  • Een eerste stap is het reduceren van kunstmestgiften tot de langste dag; daarna wordt geen kunstmest meer toegepast.  
  • Tegelijkertijd wordt gekeken naar het opwaarderen van drijfmest en/of het vergroten van de hoeveelheid vaste mest door meer vee op stro te houden.  

Vinkje 3: Zo min mogelijk pesticiden

Door de inzet van spotspray in het afgelopen jaar is onkruidbestrijding de aankomende jaren waarschijnlijk niet nodig. In deze periode wordt verder gewerkt aan het afbouwen van chemische middelen, onder andere door: 

  • Mechanische maatregelen zoals maaien na beweiding; 
  • Het handmatig verwijderen van probleemkruiden zoals zuring. 

Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen

Om de komende jaren aan vinkje 4 en 5 te voldoen, zullen Henno en Femke verschillende stappen zetten, zoals:  

  • Het aanleggen van voederhagen langs looproutes van de koeien;  
  • Uitvoering geven aan het al uitgewerkte agroforestryplan. Hierbij ligt de focus in eerste instantie op praktische en haalbare elementen, mede afhankelijk van beschikbare subsidies; 
  • Het beheer van knotwilgen en het kijken naar erfbeplanting, in samenwerking met Waternet; 
  • Onderzoeken hoe natuurvriendelijke oevers kunnen worden aangelegd en welke perceelranden en hoeken geschikt zijn voor verbreding van sloten en ecologisch slootschonen. Daarbij wordt bekeken in hoeverre extra kosten kunnen worden opgevangen via het ANLb. 

Vinkje 6 en 7: Extensieve veeteelt en koe in de wei

Henno en Femke werken toe naar een lagere dierbezetting en een hogere weidegang:  

  • Door betere ontsluiting van percelen, aanpassing van hekken en aanleg of verbetering van dammen wordt gestreefd naar 3000 uur weidegang per jaar. 
  • Er wordt geëxperimenteerd met een eerder startend weideseizoen en dag- en nachtweiden.  
  • Voor de toekomst wordt gedacht aan ondersteunende systemen zoals Collie.  
  • De weidegang wordt verhoogd, door een beter ontsluiting van de beweidbare percelen, daarnaast zal er ook geëxperimenteerd worden met het eerder starten met het weide seizoen en dan gelijk ook dag en nacht te weiden.  
  • Er wordt onderzocht of er (natuur)land kan worden aangekocht 
  • Met behoud van opbrengst iets terug in koeien, zoals het gedachtegoed “melken binnen gezonde grenzen” van dhr. W. Schippers. 

Uitdagingen en ambities

Een van de grootste uitdagingen is het realiseren van de 10% landschapselementen, vooral vanwege de bijbehorende opbrengstderving. De vraag hoe het bedrijf in deze transitie economisch rendabel blijft, speelt voortdurend mee. Tegelijkertijd willen Henno en Femke laten zien dat hun aanpak kopieerbaar is en als voorbeeld kan dienen voor andere bedrijven. 

Hun ambitie is een organisch en economisch gezond bedrijf waarin natuur, recreatie en voedselproductie samenkomen. Het bedrijf werkt met minimale externe input en fungeert als plek waar verschillende ondernemers hun producten verwerken en lokaal afzetten. Naast zuivel is er ruimte voor andere ambachten en technische diensten. 

Hun ambitie is een organisch en economisch gezond bedrijf waarin natuur, recreatie en voedselproductie samenkomen. Het bedrijf werkt met minimale externe input en fungeert als plek waar verschillende ondernemers hun producten verwerken en lokaal afzetten. Naast zuivel is er ruimte voor andere ambachten en technische diensten. 

De 7 vinkjes

1. De bodem is de basis

Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.

2. Geen kunstmest

Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.

3. Zo min mogelijk pesticiden

Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.

4. 10% Landschapselementen

Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.

5. Meer bomen

Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.

6. Extensieve veeteelt

Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.

7. Koe in de wei

Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

Maak ook kennis met

Foto Dina Kaput
Dina & Gerko2

Gerko & Dina Kaput

Akkerbouwer
Bellingwolde
"We zien toekomst in het werken naar een gezonde bodem die humus gaat produceren. Een essentieel proces om de geoogste producten van vitaminen en spoorelementen te voorzien. Dit is de basis om in de toekomst gezond voedsel te leveren aan de consument"
WhatsApp Image 2025-11-12 at 11.31.32-2
Ton en Wilma te Riele

Ton & Wilma te Riele

Veehouder
Wijhe
We dromen ervan om een wandelpad door het bos aan te leggen. Dit pad zal uitkomen bij onze boerderijwinkel, waar bezoekers ons gifvrije vlees en bloemen kunnen kopen en zelf kunnen ervaren wat een gezonde, natuurlijke landbouw oplevert.”