Tijmen Nagel
- Veehouder
- Beilen
- 130 ha
- zand
melkveebedrijf VOF Nagel
Ingrid en Tijmen runnen een grondgebonden melkveebedrijf van 130 hectare grasland in het Drentse Beilen, waarvan een deel wordt verhuurd voor mestafzet aan een akkerbouwer uit de omgeving. Na jaren melkveehouder te zijn geweest in Bunschoten-Spakenburg zijn zij verhuisd in 2010 voor recreatie en natuur. In Drenthe bouwden zij opnieuw aan hun toekomst, met ruimte, rust en de mogelijkheid om hun bedrijf verder te ontwikkelen.
Vandaag telt het bedrijf circa 199 melkkoeien en 80 jongvee (40 kalveren en 40 pinken), totaal 230GVE, met een sterke focus op maximale weidegang en een extensieve bedrijfsvoering. De komende jaren wil ze het bedrijf verder ontwikkelen richting een robuust, regeneratief systeem met meer kruidenrijk grasland, functionele voederhagen en minimaal 10% groen-blauwe dooradering. Het doel is helder: een toekomstbestendig bedrijf dat economisch gezond is, ecologisch sterker wordt en doorgegeven kan worden aan de volgende generatie. Niet alleen hun kinderen voelen zich hier thuis, maar ook de buurt weet het erf te vinden: een levendige plek waar landbouw, landschap en gemeenschap samenkomen.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- melkveehouderij
- 130 ha
- zand
- 200 melkkoeien
- 80 jongvee
- 6 stieren
Bouwplan
- consumptieaardappel
- suikerbiet
- winter- en zomertarwe
- erwt
De komende 3 jaar
De komende drie jaar staan in het teken van het versterken van de natuurlijke basis van het bedrijf. De aanpak is gefaseerd: eerst ontwerpen en aanleggen, daarna optimaliseren en borgen.
Vinkje 1: de bodem is de basis
De bodem vormt het fundament van het bedrijf en met alle stappen die Ingrid en Tijmen zetten wordt er gewerkt aan een veerkrachtige bodem:
- Uitbreiden van kruidenrijk grasland;
- Gebruik van druppelirrigatie;
- Aanleg van groenblauwe dooradering (hagen, bloemrijke stroken en voederhagen);
- Kunstmest wordt stapsgewijs gereduceerd, en er wordt gebruik gemaakt van compost om zo het organische stof te verhogen.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen
De ambitie is om stapsgewijs minder afhankelijk te worden van kunstmest en preventieve middelen. Dit vraagt zorgvuldige monitoring van opbrengst en bodemontwikkeling. De eerste stappen zijn:
- 20–30% reductie van stikstofkunstmest;
- Inzet van compost als alternatief;
- Geen preventieve gewasbescherming;
- Onkruidbestrijding via spotsprayen of mechanisch waar mogelijk.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Het landschap rond het bedrijf krijgt een duidelijkere ecologische structuur. Heggen en bloemenstroken worden niet alleen als natuurmaatregel gezien, maar ook als functioneel onderdeel van het bedrijf.
- Ontwerp en aanleg van 10% groen-blauwe dooradering;
- Aanleg van 1000-1500 meter dubbelrijige voederhagen, dat zal dienen als een ‘levende apotheek’ voor de koeien;
- Aanleg van bloemen- en kruidenstroken tussen de hagen.
Vinkje 6 en 7: 1,5GVE en 3000u weidegang
De ambitie ligt bij een verdere balans tussen veestapel en hectare. Daarnaast is weidegang al een kernwaarde op het bedrijf. Met circa 4000 uur weidegang per jaar zit het bedrijf al hoog. Echter zal de komende jaren gewerkt worden aan:
- Maximaal 1,5GVE per hectare;
- Minimaliseren van externe voer- en meststromen;
- Optimaliseren van beweiding op circa 90 hectare;
- Combinatie van kruidenrijk grasland en beweiding.
Uitdagingen en ambities
De transitie naar een regeneratief bedrijf vraagt tijd en doorzettingsvermogen. Het reduceren van kunstmest brengt agronomische risico’s met zich mee, zeker in droge jaren. Ook de aanleg en instandhouding van hagen vraagt arbeid, investering en beheer. Tegelijkertijd zien Ingrid en Tijmen juist hier de kans om het verschil te maken. Ze willen laten zien dat een regulier melkveebedrijf kan door ontwikkelen naar een robuust, biodivers en toekomstbestendig systeem zonder de economische basis uit het oog te verliezen. Met kennisdeling via studiegroepen, veldbijeenkomsten en een transparante website willen zij andere boeren meenemen in deze ontwikkelingen.
Het toekomstbeeld is helder: over tien jaar staat er een bedrijf met sterke bodems, functionele hagen, meer dan 10% groen-blauwe dooradering en een extensieve melkveehouderij dat in balans is met haar omgeving: een bedrijf dat met vertrouwen kan worden voortgezet door de volgende generatie.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

