Maria en Marc Thybaut
- Gemengd bedrijf
- Middelstum
- 100
- klei
Mts Thybaut 'Roode-School'
In het dorp Middelstum nemen Maria en Marc binnenkort het familiebedrijf van hun ouders over. Op dit moment beheren ze met zijn vijven in maatschap 100 hectare akkerbouwgrond en houden ze 20.000 legkippen en 5 (vlees)ossen van het ras Belgisch blauw. Voor het 7-vinkjes project doen ze met ongeveer 20 hectare grond mee, waarvan een deel grasland is voor de uitloop van de kippen en ossen, en een stuk bouwland voor onder andere tarwe, uien, koolzaad en gele erwten. Op sommige percelen zorgt de zware klei voor lastige situaties en dus zijn ze op zoek naar manieren om de waterhuishouding en de bodemstructuur te verbeteren. Daarnaast zijn ze dit jaar begonnen met het kleinschalig telen van groentes voor lokale afzet, en deze samenwerkingen willen ze de komende jaren ook steeds verder uitbreiden.
Het uiteindelijke streven van de familie Thybaut is om toe te werken naar een toekomstbestendig bedrijf, zowel op het gebied van regelgeving, dat tegelijkertijd duurzaam en klimaatbestendig is. Daarbij hechten zij veel waarde aan het behoud van werkplezier en aan trots op hun bedrijf. Zich blijven ontwikkelen en blijven leren zien zij dan ook als een belangrijke drijfveer en uitgangspunt voor de komende jaren.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 90 ha akkerbouw
- 20.000 legkippen
- 10 ha uitloop
- vanaf 2025 kleinschalige groentetuin
Huidige bouwplan
- tarwe
- suikerbiet
- ui
- koolzaad
- grasland
- gele erwt
- 1 ha mosterdzaad
De komende 3 jaar
De komende jaren zullen zij gerichte stappen gaan zetten om de overgang te maken naar een regeneratief en klimaatbestendig bedrijf. De belangrijkste maatregelen zijn:
Vinkje 1: de bodem is de basis
Om de bodem te verbeteren zullen Maria en Marc de volgende stappen zetten:
- Starten met niet-kerende grondbewerking
- Groenbemesters inzaaien.
- Volgen van de cursus regeneratieve landbouw van Dietmar Näser, waarbij zij hun kennis nog meer zullen verbreden.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Om geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen meer hoeven te gebruiken zullen de graslandpercelen ingezaaid worden met een kruidenrijk mengsel. Daarnaast zullen ze ook meerjarige akkerranden gaan aanleggen rondom de teelten. Op deze manier wordt én de biodiversiteit (en daarmee natuurlijke plaagbestrijders) gestimuleerd én kan het gebruik van pesticiden omlaag.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Om tot de 10% landschapselementen en meer bomen te komen zullen ze de komende paar jaar beginnen met agroforestry en het aanplanten van een (voedsel)bos in combinatie met een voederhaag. Hiermee wordt niet alleen de biodiversiteit verbeterd, maar ook het dierenwelzijn, doordat er meer schuilmogelijkheden zijn voor de dieren.
Uitdagingen en ambities
Een grote uitdaging voor de komende paar jaar is het verminderen van het kunstmest gebruik. De voorkeur gaat uit naar het inzetten van dierlijke mest van de eigen dieren, maar momenteel laat de huidige regelgeving dit nog niet toe. Iets dat op termijn hopelijk verandert. Binnen het 7-vinkjes project krijgen Maria en Marc waardevolle ondersteuning om tijdens de bedrijfsovername een regeneratieve richting op te gaan, waaronder het verkennen en aanleggen van agroforestry in de kippenuitloop.
In de media
Deze boeren gooien het roer om: ‘Kan het ook op een andere manier?’
Biologisch boeren met de familie Thybaut in Middelstum
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

