Vincent Lap
- Akkerbouwer
- Den Hoorn
- 40
- zand
Vincent Lap
Op het eiland Texel beheert Vincent samen met zijn ouders een akkerbouwbedrijf van 40 hectare. Van origine ligt de focus op de bollenteelt, maar om het bedrijf te verduurzamen is Vincent sinds 2025 ook bezig met nieuwe teelten als boekweit, kikkererwt en lupine. De komende jaren wil Vincent het bouwplan verder verruimen, milieubelasting in de bollen verder gaan minimaliseren en het organisch stofgehalte in de bodem verhogen en daarmee de bodemkwaliteit en het waterbufferend vermogen verbeteren. Daarnaast zet Vincent in op het verbeteren van zijn akkerranden en heeft het bedrijf een verbindend bloemenveld met inheemse bloemen. Hiervan kunnen Texelaars en toeristen een vierkante meter ‘adopteren’ of cadeau doen. Dit bloemenveld wordt verder geprofessionaliseerd waarbij bezoekers geïnformeerd en actief betrokken worden bij het 7-Vinkjes project en het bedrijf van Vincent.
Over het bedrijf
Bouwplan
- Bloembollen
- Lupine
- Kikkererwt
- Gerst
- Boekweit
- Winterpeen
Bouwplan na omschakeling
- Lorem ipsum dolor
De komende 3 jaar
De eerste drie jaar staan in het teken van fundament leggen. Vincent start met het herstellen van de bodembalans, het afbouwen van kunstmest en chemische middelen waar mogelijk, het verruimen van het bouwplan en het versterken van akkerranden en tuunwallen (van plaggen gemaakte afscheiding tussen twee percelen grond, typerend landschapselement voor Texel). Alles gebeurt stapsgewijs, met ruimte voor experimenteren en leren.
Vinkje 1: de bodem is de basis
Op Texel, met schrale zandgrond en veel wind, is bodemkwaliteit bepalend voor succes. Hij wil het organische-stofgehalte verhogen van 1,5% naar 2,5% in tien jaar en de mineralen weer in balans brengen. De komende jaren gaat hij dat met name doen door:
- Uitvoeren van een bodembalansanalyse;
- Gerichte aanvulling van mineralen via gesteentemeel of bladtoepassing;
- Inzet van vaste mest en compost;
- Investeren in diverse groenbemestermengsels die snel kiemend en stikstofbindend zijn.
Vinkje 2: Geen kunstmest
Volledig stoppen met kunstmest is niet van vandaag op morgen haalbaar op deze stuifgevoelige grond. Daarom kiest Vincent voor een gefaseerde aanpak:
- Proef met groenbemesters: Helft met kunstmest andere helft zonder;
- Geleidelijk afbouwen van kunstmest in groenbemesters;
- Vervangen van kunstmest door compost en vaste mest.
Vinkje 3: Minder pesticiden
Vincent weet dat de grootste milieubelasting in de bollenteelt zit. Hij wil daarom in zijn narcissen toewerken naar een chemievrije onkruidbestrijding, en op den duur ook naar chemievrije schimmelbestrijding.
- Afbouwen van tulpenareaal en het uitbreiden van de narcissen, omdat dit een robuuster gewas is en minder chemie nodig heeft;
- Investeren in een schoffelmachine voor de zadenteelt en eventueel lupine;
- Jaarlijks een nieuw laag-risicogewas introduceren.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Op Texel zijn bomen en struiken landschappelijk beperkt mogelijk, maar Vincent zoekt binnen de ruimte die er is naar versterking van biodiversiteit:
- Zo wil hij graag Texelse tuunwallen gaan herstellen in samenwerking met Staatsbosbeheer;
- Onderzoek naar bloemenstroken in percelen;
- Aanleg van een 6 meter brede, meerjarige inheemse akkerrand;
- Insectvriendelijk maaibeheer toepassen (met een maaibalk);
- Maaisel verwerken tot compost/bokashi;
- Uitbreiding van het bloemenveld tot 5000m2
Uitdagingen en ambities
Boeren op Texel betekent werken met de elementen. De sterke punten van het bedrijf zijn de toeristenstroom, de betrokkenheid van eilandbewoners en de goede waterhuishouding dankzij de zoetwaterbel in de duinen. Ook biedt het ANLb kansen voor kennis en beheervergoedingen.
Maar er zijn ook duidelijke uitdagingen. De open ligging maakt het land kwetsbaar voor verstuiving. Beregenen mag niet, bomen planten is beperkt toegestaan en erosie ligt altijd op de loer. Daarnaast zorgen grauwe ganzen, nijlganzen, duiven, hazen en ratten voor schade. Onkruiddruk is hoog op de schrale zandgrond. En doordat Texel NV-gebied (nutriënten verontreinigd gebied) is, mag er 20% minder stikstof worden uitgereden.
Toch overheerst bij Vincent ambitie. Hij wil laten zien dat bollenteelt en biodiversiteit geen tegenpolen hoeven te zijn. Dat een akkerbouwbedrijf op een eiland kan veranderen van input-gedreven naar bodem-gedreven. En dat burgers niet alleen consument zijn, maar mede-eigenaar van de transitie. Over tien jaar ziet Vincent een bedrijf waar narcissen, granen en eiwitgewassen in balans groeien op een levende bodem, waar akkerranden bloeien, waar toeristen niet alleen foto’s maken maar ook leren, en waar het bloemenveld symbool staat voor een landbouw die geworteld is in haar omgeving.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

