Paul & Ingrid Hazenberg
- Veehouder
- De Moer
- 44 ha
- zand
De Annahoeve - De Moer
Ingrid en Paul Hazenberg runnen samen melkveehouderij de Annahoeve, gecombineerd met een succesvolle boerderijwinkel. Het bedrijf ligt in de buurt van meerdere natuurgebieden en vanuit de ligging en intrinsieke motivatie hebben zij enkele jaren geleden gekozen voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Ze hebben al veel bomen geplant en houden ook een klein aantal legkippen. Dit jaar telen ze voor het eerst erwt met gras, wat zich ondanks het droge voorjaar heel mooi heeft ontwikkeld.
Een belangrijk uitgangspunt voor de komende jaren is het aanpassen van het rantsoen. Het doel is om volledig te stoppen met snijmaïs en het gebruik van soja verder te verminderen. Daarnaast leeft de wens om in de toekomst een eigen zuivelverwerking op te zetten. Het streven is om de volledige melkplas op het eigen bedrijf te verwerken en ook zelf af te zetten. Momenteel doet hun dochter waardevolle ervaring op bij een regionale kaasverwerker, maar de ambitie reikt verder dan alleen kaas: op termijn zouden ze graag de volledige zuivellijn willen ontwikkelen, inclusief de productie van ijs!
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 44 ha grasland, waarvan;
- 24 ha kruidenrijk & blijvend
- 115 GVE waarvan 75 melkkoeien
- kipkar
Toekomst
De komende 3 jaar
De komende jaren zullen zij gerichte stappen gaan zetten om de overgang te maken naar een regeneratief en klimaatbestendig bedrijf. Daarbij richten zij zich de komende paar jaar met name op de volgende speerpunten:
Vinkje 1, 2 en 3: Bodem als basis, geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Ingrid en Paul gaan de komende paar jaar focussen op het herstellen van de bodemgezondheid, door:
- Te starten met bokashi om zo de bodem te voeden met biologie;
- De plantenvoeding te balanceren met sporenelementen. Hierdoor sturen ze tegelijkertijd naar het verminderen in het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen;
- De bodem te balanceren met gips om de Ca/Mg verhouding weer op pijl te krijgen;
- Daarnaast gaan ze de komende tijd onderzoeken of ze kunnen beginnen met een mest additief;
- Ook zullen ze bij de gewaskeuze rekening houden met gewassen die gemakkelijk te telen zijn zonder bestrijdingsmiddelen.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Op hun bedrijf hebben ze al veel landschapselementen en bomen staan. De komende paar jaar gaan ze onderzoeken hoe de groenblauwe dooradering verder gerealiseerd kan worden.
Vinkje 6 en 7: Extensieve veeteelt en koe in de wei
Om toe te werken naar de een extensievere veeteelt en meer weidegang uren de komende jaren, overwegen Ingrid en Paul de volgende stappen zetten:
- Uitwerken beweidings- en maaiplan met adviseur om o.a. de weideganguren te verhogen;
- Starten met draadloos weiden (Collie), hoogstwaarschijnlijk in augustus 2026;
- Ook zullen ze een samenwerking aangaan met een akkerbouwer voor het telen van eigen krachtvoer/ruwvoer uit de omgeving.
Naast deze stappen zullen ze ook verder onderzoeken hoe ze hun eigen zuivellijn kunnen opzetten.
Uitdagingen en ambities
Binnen het 7-vinkjes project verwachten Ingrid en Paul dat met name het streven naar meer weidegang uren en het verder extensiveren van de veestapel de meeste aandacht zullen vragen. Tegelijkertijd is het voor hen van groot belang dat de productiviteit van het melkvee op peil blijft en de winstgevendheid van de melkveetak behouden blijft. Het vinden van een goede balans tussen meer weidegang en een gezond financieel resultaat vormt daarbij een belangrijk aandachtspunt.
Ingrid en Paul staan echter met vertrouwen achter deze uitdaging. Met ondersteuning van Urgenda hopen zij de juiste financiële en bedrijfsmatige keuzes te maken. Door integraal te kijken naar bodemkwaliteit en grasproductiviteit, een passend begrazingsregime en de slimme inzet van technologie, zien zij volop kansen om de productiviteit van hun koeien te behouden.
Met deze integrale aanpak kunnen Ingrid en Paul laten zien dat een toekomstbestendige melkveehouderij, met meer ruimte voor natuur, bodem en weidegang, goed samen kan gaan met een rendabel bedrijf. Daarmee kan De Annahoeve uitgroeien tot een inspirerend voorbeeld voor andere melkveehouders die dezelfde transitie willen maken.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

