Menko Oosterhuis
- Akkerbouwer
- Thesinge
- 140
Boerderij Ommeland*
Op een kleine 3 kilometer van de stad Groningen runt Menko zijn akkerbouwbedrijf Ommeland. Hier teelt hij op 140 ha zeeklei onder andere pootaardappelen, granen, suikerbieten, uien, erwt en gras. Tegelijkertijd experimenteert hij bewust met nieuwe teelten zoals quinoa, kikkererwten, olievlas, naakte haver en zwarte mosterd. Vanuit zijn ligging aan de rand van de stad voelt hij sterk de verbinding tussen stad en platteland en zoekt hij actief naar zijn rol als toekomstig voedselproducent én landschapsbeheerder. Hij wil graag meer gezonde voedselgewassen telen voor de lokale markt en meebewegen in de wensen van de consument. Zo merkt hij dat er steeds meer weerstand tegen bestrijdingsmiddelen komt vanuit de maatschappij, en hij ziet een belangrijke uitdaging binnen het 7-vinkjes project in het decimeren van het gebruik van deze middelen.
De komende jaren staan in het teken van leren, ontwikkelen en ondernemend experimenteren. Ommeland beweegt stapsgewijs van een traditional akkerbouwbedrijf gericht op voedergewassen en suikerbieten, naar een bedrijf dat voedselgewassen voor menselijke consumptie produceert, met een sterke regionale afzet. Door nieuwe teelten te verkennen, de bodem centraal te stellen en de keten meer in eigen hand te nemen, bouwt Menko toe naar een robuust en toekomstbestendig bedrijf waarin regeneratieve landbouw, moderne technieken en marktgericht ondernemerschap samenkomen.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 140 ha gangbare akkerbouw
- klei
Bouwplan
- pootaardappel
- suikerbiet
- granen
- ui
- erwt
- gras
- experiment 2025: quinoa, kikkererwt, olievlas, naakte haver, zwarte mosterd en peterselie
“Ik doe mee met het 7-vinkjesproject omdat ik op zoek ben naar hoe ik in de toekomst mijn rol als voedselproducent en als beheerder van het landschap goed kan vervullen.”
De komende 3 jaar
De komende drie jaar wordt er met name veel geleerd en gepionierd, met name over het telen van nieuwe teelten, regeneratieve landbouw en hoe dit vorm kan gaan krijgen binnen Ommeland.
Vinkje 1: de bodem is de basis
Een gezonde, regeneratieve bodem vormt het vertrekpunt. In 2025 heeft Menko de cursus regeneratieve landbouw van Dietmar Naser gevolgd om zijn kennis te verdiepen. De omschakeling vraagt tijd en investeringen, onder andere in mechanisatie (zoals een rotary hoe), spuittechniek voor compostthee en bodemfermenten, een composttheemachine en aanvullende mineralen. Dit alles om zo de bodem de komende jaren te kunnen versterken.
Vinkje 2: Geen kunstmest
Er wordt de komende jaren gestart met een proef met gefermenteerde dierlijke mest, om zo toe te werken naar het verminderen en uiteindelijk vervangen van kunstmest.
Vinkje 3: Zo min mogelijk pesticiden
Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt stapsgewijs afgebouwd. Hoe dit de komende jaren wordt gedaan en in welk tempo, is nog niet bepaald. Tegelijkertijd wordt onderzocht of een deel van het areaal vanaf 2026 kan omschakelen naar biologisch (SKAL). Dit zou eerder toegang geven tot de biologische markt en het verminderen van chemische bestrijdingsmiddelen versnellen. Voorafgaand aan teeltseizoen 2026 zijn de eerste 2 percelen omgeschakeld naar biologisch.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
In 2025 is een verkenning gestart voor de aanleg van een voedselbos, echter is het moeilijk om dit toe te passen in het bedrijf van Menko. De komende jaren zullen ze dan ook gaan verkennen hoe dit wel kan. Wel is de ambitie om in de winterperiode van 2025-2026 een natuurvriendelijke oever aan te leggen en hier ook een struweelhaag (van ongeveer 700 meter) aan te leggen.
Uitdagingen en ambities
De grootste uitdaging voor Menko is het terugdringen en uiteindelijk stoppen met chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast is het moeilijk om bepaalde stappen vooruit te zetten in de keten, omdat het nog niet zeker is welke teelten er jaarlijks zullen worden geteeld. Ook brengt de omvang en snelheid van de veranderingen risico’s met zich mee.
Maar ondanks deze uitdagingen is de ambitie helder: Menko wil laten zien met Ommeland hoe de verbinding tussen stad en platteland eruit kan zien in de toekomst. Het bedrijf levert geen grondstoffen meer, maar gezonde voedselproducten, met zoveel mogelijk regie over de keten. De boerderij zal bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Boeren blijft mensenwerk, maar wordt ondersteund door moderne technologie. Door actief in gesprek te zijn met regionale afnemers bouwt Menko aan een ondernemend, innovatief en toekomstgericht akkerbouwbedrijf.
In de media
We doen kennis op waar iedereen straks wat aan heeft’
Menko voedt de stad
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

