Hendrik Luth
- Akkerbouwer
- Wedde
- 70 ha
Landbouwbedrijf Luth
In Oost-Groningen runt Hendrik zijn landbouwbedrijf met 70 hectare akkerbouw en een loonwerktak op een zandrug vlak bij de Duitse grens. Het is een klassiek veenkoloniaal bouwplan met aardappelen, suikerbieten en granen: gewassen die hun weg vinden naar de industrie. Maar Hendrik kijkt verder dan alleen opbrengst per hectare, hij wil graag ook minder afhankelijk zijn van externe inputs als diesel, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Naast industrieproducten wil Hendrik ook graag meer gaan telen voor humane consumptie, en aan groenblauwe dooradering gaan werken.
Zijn toekomstbeeld is helder: 75% van zijn land blijft gericht op industriegewassen, 15% wil hij benutten voor humane consumptie en 10% reserveert hij voor natuur en groenblauwe dooradering. Een bedrijf dat niet bestaat uit losse onderdelen, maar als één samenhangend systeem waarin voedselproductie, bodemkwaliteit en biodiversiteit elkaar versterken.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 70 ha gangbare akkerbouw
- zand
- loonwerktak
- groentetuin voor de buurt
Bouwplan
- consumptieaardappel
- suikerbiet
- winter- en zomertarwe
- erwt
De komende 3 jaar
De komende drie jaar staan voor Hendrik in het teken van geleidelijke omschakeling. Stap voor stap toewerken naar een robuuster systeem waarin bodem, gewas en landschap meer in balans komen.
Vinkje 1: de bodem is de basis
De zandgrond waarop Hendrik teelt vraagt om aandacht voor organische stof, structuur en bodemleven.
- Gaan naar een 1-op-6 rotatie voor rust en weerbaarheid;
- Onderzaai met klaver in granen om stikstofbinding en bodemleven te stimuleren;
- Blijven inzetten op compost en meer organische bemesting;
- Versterken van groenbemester binnen het bouwplan.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Hendrik wil zijn bedrijf minder afhankelijk maken van kunstmest en chemie, wat betekent dat hij moet zoeken naar alternatieven, zonder direct té grote risico’s te nemen:
- Stapsgewijs minder chemie gaan gebruiken en het kunstmestgebruik verminderen;
- Het gebruik van natuurlijke meststoffen verder optimaliseren;
- Gewassen voor humane consumptie uitbreiden met minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Hendrik wil in zijn bedrijf meer structuur en biodiversiteit aanbrengen. Niet alleen langs de randen, maar ook geïntegreerd in zijn bedrijf.
- Opstarten van notenteelt, passend bij de regio;
- Aansluiten bij bestaande initiatieven in de omgeving;
- Verder ontwikkelen van groenblauwe dooradering;
- Versterken van natuurstroken en de bestaande natuurvijver;
- Toewerken naar 10% van het areaal als landschapselement;
- Een CSA-tuinderij opzetten voor de omgeving;
- Het opzetten van een wijngaard op het bedrijf.
Uitdagingen en ambities
Het plan van Hendrik staat sterk: werken naar een robuust systeem, dat voedsel produceert voor de eigen bevolking, werkt aan bodemcontinuïteit en een systeem dat ook over twintig jaar nog standhoudt. In een gebied dat nog niet zo ver vooruitloopt, is hij één van de eerste die een bredere koers durft op te varen.
Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. De markt voor regionale, regeneratief geteelde producten moet zich nog verder ontwikkelen. Hierdoor kunnen andere grotere bedrijven concurrentie vormen voor zijn plan. Maar juist daarin ligt ook zijn kracht. Hendrik bouwt stap voor stap aan een bedrijf dat minder leunt op externe inputs en meer op eigen bodem, vakmanschap en regionale waarde. Hij kiest niet voor snelle winst, maar voor duurzame vooruitgang.
Er zijn veel stappen te zetten de komende jaren, maar zijn ambitie is helder: een toekomstbestendig akkerbouwbedrijf dat economisch stevig staat, ecologisch sterker wordt en laat zien dat ook in het open Groningse landschap ruimte is voor vernieuwing.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

