Bart & José Eikelenboom
- Veehouder
- Abbenbroek
- 52
- klei
Mts Melkveehouderij Eikelenboom
Bart en José melken 75 koeien op 52 hectare klei–op–veen in een van de oudste polders op Voorne-Putten. Daarnaast houden ze jongvee, fokschapen en voeren ze natuurbeheer uit. Het grootste deel van de melk wordt geleverd aan FrieslandCampina, en een kleiner deel verwerken zij zelf tot kaas, die lokaal wordt afgezet via de boerderijwinkel aan huis, andere boerderijwinkels en een cateraar. In 2020 begonnen ze met kaasmaken en deze kaas verkopen ze in een boerderijwinkel aan huis. Sinds 2025 is gestart met het geven van Boerderijeducatie. Het is een wens om zoveel mogelijk eigen geteeld voer aan de koeien te voeren. Stap voor stap willen ze het bedrijf natuurinclusiever maken.
De komende jaren willen ze graag een gezonde balans tussen grond en vee realiseren, waarbij de bodem niet wordt uitgeput maar juist wordt versterkt voor de toekomst. De focus ligt met name op bodemherstel, het verminderen van externe inputs en het vergroten van de biodiversiteit op en rondom het bedrijf.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 52 hectare
- 75 GVE
Bouwplan na omschakeling
- Lorem ipsum dolor
De komende 3 jaar
In de komende drie jaar zetten Bart en José gerichte stappen om het bedrijf verder te verduurzamen en natuurinclusiever te maken, met behoud van productie en bedrijfscontinuïteit. De maatregelen sluiten aan bij de kennis en ervaring die zij de afgelopen jaren al hebben opgebouwd.
Vinkje 1: de bodem is de basis
De bodem vormt het uitgangspunt van alle keuzes en hiervoor worden de volgende stappen gezet:
- Na maisteelt wordt standaard een groenbemester ingezaaid en er wordt gewerkt met niet-kerende grondbewerking (NKG);
- Vaste stalmest wordt ingezet om organische stof en bodemleven te stimuleren;
- Daarnaast wordt het aandeel kruidenrijk grasland verder uitgebreid, zodat zowel bodemgezondheid als voerkwaliteit verbeteren.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Het gebruik van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt stapsgewijs verminderd, doordat:
- Bestrijding uitsluitend pleksgewijs plaatsvindt, waarbij een loonwerker met spotsprayer wordt ingezet;
- De volgende maatregelen worden geïmplementeerd:
- Groenbemesters
- Ruige mest
- Niet kerende grondbewerking
- Kruidenrijke graslanden
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Bart en José werken toe naar circa 10% landschapselementen, waarbij:
- Bomen en struiken worden aangeplant om biodiversiteit en dierenwelzijn te bevorderen. Denk hierbij aan de aanleg van voedselhagen, knotwilgen en het vergroten van het areaal kruidenrijk grasland;
Vinkje 6 en 7: 3000u weidegang en 1,5GVE
Om toe te werken naar de 3000u weidegang en 1,5GVE, worden de volgende maatregelen getroffen:
- Het vee wordt roterend geweid op kruidenrijke percelen, in combinatie met robotmelken volgens een A/B-systeem. De percelen liggen rondom de stal, waardoor de loopafstanden beperkt blijven;
- Om beweiding te vergemakkelijken worden extra koepaden aangelegd met groenspoorplaten;
- De weidegang wordt verhoogd van minimaal 1500 uur naar minimaal 2000 uur per jaar, onder andere door twee maanden dag- en nachtweiden toe te passen.
Uitdagingen en ambities
Belangrijke uitdagingen zijn de toegenomen complexiteit van de bedrijfsvoering en de extra arbeid die gepaard gaat met meer beweiding. Daarnaast vragen robotmelken en het realiseren van voldoende weidegang om zorgvuldig management. Ook onzeker beleid, klimaatrisico’s, wisselende melkprijzen en de bereidheid van consumenten om te betalen voor duurzame producten spelen een rol.
De ambitie van Bart en José is om een regeneratief melkveebedrijf te realiseren dat in balans is met bodem, dieren, omgeving en werk. Een bedrijf dat waarde toevoegt aan natuur, voedsel en samenleving, zonder schaalvergroting maar door verdieping en verbreding van kennis en kunde. Daarnaast willen zij consumenten actief betrekken via korte ketens, boerderijeducatie en openstelling van het erf. Op langere termijn zien zij mogelijkheden voor verdere maatschappelijke functies, zoals zorg. Zo werken Bart en José toe naar een toekomstbestendig bedrijf dat klaar is voor de volgende generatie en laat zien hoe duurzame melkveehouderij er in de praktijk uit kan zien.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

