Bart en Geertje Berga
- Veehouder
- Terwispel
- 44
- zand
Westerleane Boer & Zuivel
Bart en Geertje Berga hebben hun melkveebedrijf overgenomen van de ouders van Bart, die hier zijn begonnen met boeren in 1964 met 40 á 50 koeien, waarna Bart en Geertje door zijn gegroeid naar een bedrijf van 110 koeien. Toen ze op het punt stonden om nog verder te groeien, merkte ze dat de kosten eigenlijk heel erg hoog kwamen te liggen. Om deze reden hadden ze besloten om te krimpen en kwamen ze erachter dat juist door deze krimp, ze op kosten konden besparen. Momenteel hebben ze 65 melkvee Holstein-Friesian koeien en 20 jongvee. Naast het krimpen van het bedrijf merkte ze dat ze graag mét de natuur wilden boeren in plaats van te boeren ván de natuur. Ze zien dan ook veel overeenkomsten met het 7 vinkjesproject en hun visie over waar zij heen willen met het bedrijf.
Hun doel is de komende jaren het aandeel kruidenrijke percelen te vergroten en ook vooral te behouden. De ervaring leert namelijk dat het behouden van kruidenrijke percelen nog een hele uitdaging is. Sinds een paar jaar strooien ze al geen kunstmest en gebruiken geen bestrijdingsmiddelen meer, maar het valt niet mee om dan nog genoeg opbrengsten te verkrijgen. Daardoor zijn zij ook bezig om de bodem en het bodemleven te verbeteren en zo de productie van hun percelen te verhogen. Daarnaast zullen ze de komende jaren ook gaan investeren in het aanleggen van voederhagen, vanwege de positieve invloed op de gezondheid van hun koeien. Ook het aantal uren weiden willen ze de komende jaren verhogen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Al deze doelen kosten tijd, moeite en geld, en het 7 vinkjesproject geeft hun daarbij precies die ademruimte.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 44 hectare
- 78 GVE waarvan;
- 15 jongvee
Bouwplan na omschakeling
- Lorem ipsum dolor
“We hebben eigenlijk een hele klassieke boerderij gekocht maar die willen we natuurlijk helemaal omvormen naar een boerderij die past bij de toekomst”
De komende 3 jaar
Bart en Geertje zijn al goed op weg om aan de door Urgenda opgestelde 7-vinkjes te voldoen. De komende jaren zullen ze zich nog meer gaan verdiepen in natuurinclusieve landbouw, om zo volledig over te stappen naar een duurzaam, biodivers en gezond bedrijf.
Vinkje 1: de bodem is de basis
De komende jaren zullen Bart en Geertje hun bodem als basis nemen door:
- Het areaal kruidenrijk grasland uit te breiden en te onderhouden.
- Kalk strooien om de pH te verhogen.
- Organisch stofgehalte verhogen door zelf Bokashi te maken en toe te voegen.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Op het bedrijf van Bart en Geertje wordt al geen kunstmest toegevoegd en bestrijdingsmiddelen gebruikt.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
De komende jaren zal er worden geïnvesteerd in agroforestry rondom het bedrijf:
- Er zullen voederhagen en bomen worden aangeplant.
- Daarnaast worden alle percelen ingezaaid met kruidenrijk grasland.
- Ook zullen er bloemenstroken worden aangelegd.
Vinkje 6 en 7: Extensieve veeteelt en koe in de wei
De komende jaren zal Bart zich verder verdiepen in hoe ze regeneratiever kunnen boeren:
- Zo volgt hij de cursus regeneratieve melkveehouderij van Pure Graze, waarbij hij uiteindelijk leert hoe ze kunnen gaan naar 1,5GVE.
- Daarnaast zal hij ook een cursus regeneratieve beweiding volgen van Pure Graze, om de 3000u weidegang te behalen. Ze willen vooral ’s avonds en eerder in het jaar gaan weiden.
Uitdagingen en ambities
Een van de uitdagingen voor Bart en Geertje is het gaan naar 3000 uur weidegang. Door zich te blijven verdiepen en leren komende jaren, zal dit uiteindelijk gemakkelijk behaald kunnen worden. Daarnaast brengt het overgaan naar een regeneratieve boerderij ook veel andere uitdagingen met zich mee. Zo zal er meer onkruiddruk kunnen zijn en kan een lage melkprijs zorgen voor opbrengstverliezen.
Om deze reden is de aansluiting bij het 7-vinkjes project ontzettend fijn. Zo worden ze én financieel ondersteund en zullen ze de inhoudelijke begeleiding krijgen die zij nodig hebben om deze transitie te kunnen maken.
In de media
Geen kunstmest, minder dieren en meer bomen: hoe Bart en Geertje uit Terwispel zeven-vinkjes-boeren worden
Geertje en Bart Berga zien zuiveltak als verrijking van bedrijf
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

