Rutger Engelbertink
- Veehouder
- Vorden
- 30 hectare
Nieuw Venhorstink
Natuurmonumenten heeft de boerderij Nieuw Venhorstink aangekocht omdat deze een belangrijke bijdrage kan leveren aan het biodiversiteitsherstel van Landgoed Hackfort. Paula en Rutger Engelbertink bouwen de komende jaren aan een extensief en natuurinclusief melkveebedrijf met circa 75 dubbeldoelkoeien op 75-100 hectare. Regeneratieve en natuurinclusieve principes vormen daarbij de basis: kringlopen sluiten, geen afhankelijkheid van externe voer- en mestmarkten en een sterke verbinding met het landschap. Ze zijn al biologisch, en het eindbeeld is een rendabel melkveebedrijf dat mogelijk door ontwikkelt naar biodynamisch, met een herstelde bodem, biodiversiteit en in verbinding staat met de maatschappij.
De ontwikkeling van Bio boerderij Nieuw Venhorstink start bij herstel van bodemkwaliteit en bodembiologie als fundament van het bedrijf. Vanuit deze basis wordt de bestaande biologische bedrijfsvoering verdiept richting regeneratieve en natuurinclusieve landbouw, met minimale externe input en maximale benutting van eigen grond. Het landschap wordt hersteld met houtwallen, hagen en boomweides, de bodem wordt actief opgebouwd en het bedrijf functioneert in harmonie met de ecologische doelen van Landgoed Hackfort. Samen met Natuurmonumenten als eigenaar en verpachter werken zij aan een rendabel, toekomstbestendig, grondgebonden bedrijf waarin herstel van landschap, bodem en biodiversiteit centraal staat.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 30 ha Engels raaigras
Situatie straks
- Biologische (of biodynamische) natuurinclusieve melkveehouderij
De komende 3 jaar
De komende drie jaar staan in het teken van het versterken van de bodem als fundament voor een robuust en natuurinclusief bedrijf. Door gerichte maatregelen in bodemherstel, landschapsontwikkeling en maximale weidegang wordt toegewerkt naar een stabiel, grondgebonden systeem. Deze fase vormt de basis voor verdere ontwikkelingen richting een volledig regeneratieve en toekomstbestendige bedrijfsvoering.
Vinkje 1: de bodem is de basis
Herstel en ontwikkeling van de bodembiologie vormen het fundament, waarbij de volgende stappen worden gezet:
- Strooien van kalk en steenmeel voor mineralenbalans;
- Indien nodig mechanisch opheffen van bodemverdichting;
- Bovengronds uitrijden van verdunde mest en uitrijden van vaste mest;
- Intensieve weidegang;
- Inzet van mengteelten, onderzaai en nagewassen op de graanpercelen.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Omdat het bedrijf biologisch gecertificeerd is, wordt er al geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Verder wordt wel verdieping gezocht van de biologische werkwijze richting regeneratief.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
De komende jaren wordt er flink geïnvesteerd in vinkje 4 en 5, waarbij het landschap grotendeels wordt hersteld en ontwikkeld:
- Landschapselementen worden hersteld, waarbij populieren, oeverbuffers, struwelen, knip- en scheerheggen, steilranden én voederhagen worden aangeplant;
- Daarnaast worden boomweides met fruit- en notenbomen ontwikkeld.
Vinkje 6 en 7: 3000u weidegang en 1,5GVE
Vanaf de start van hun bedrijf zullen ze gras en eigen voer maximaal gaan benutten. Daarbij zitten ze al onder de 1,5GVE en behalen ze al meer dan 4000u weidegang op jaarbasis.
Uitdagingen en ambities
De omschakeling naar regeneratieve landbouw vraagt tijd, kennis en investeringen en kan in de beginfase leiden tot extra arbeid en lagere opbrengsten. Tegelijk spelen klimaatverandering, strenge natuurregelgeving, een volatiele biologische zuivelmarkt en beperkte marktwaardering voor natuurinclusieve productie een rol. De ambitie van Paula en Rutger is om een duurzame, transparante en toekomstbestendige bedrijfsvoering te realiseren waarin landbouw en natuur elkaar versterken. Op termijn willen zij doorgroeien naar circa 100 hectare, ruimte creëren voor extensieve biologische akkerbouw en agroforestry, en consumenten actief betrekken via erfbezoek en de verkoop van eigen en lokale producten.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.

