Annelies Dees
- Akkerbouwer
- Aardenburg
- klei
Landbouwbedrijf de Isabella-Hof
In het uiterste zuidwesten van ons land boert Annelies op ongeveer 110 hectare oude zeeklei. Samen met haar man en dochter runnen ze samen het bedrijf. Ze zijn een ontzettend hecht team, waarbij de neuzen allemaal dezelfde kant op staan. Er worden onder andere vlas, zaaiui en aardappelen verbouwd. Ze hebben passie voor vlas en uien en verwerken daarnaast hun eigen uien en kopen uien van andere telers voor de retail en export van uien. In 2023 kwam ze voor het eerst in aanraking met regeneratieve landbouw en was ze zeer onder de indruk van de resultaten die ze op andere bedrijven zag. Sindsdien stuurt ze haar bedrijf beetje bij beetje de regeneratieve praktijk in. Het 7-vinkjesproject biedt haar de mogelijkheid deze transitie te versnellen en geeft haar de juiste ondersteuning en vertrouwen.
De afgelopen jaren hebben ze binnen het bedrijf al belangrijke stappen gezet richting regeneratieve landbouw. Voor de teelt van aardappelen doen ze al aan niet-kerende grondbewerking en het inzaaien van groenbemesters. De komende jaren willen ze deze werkwijze verdiepen en verbreden. Hierbij staat het versterken van de bodem, vergroten van de natuurlijke weerbaarheid van de teelten en bodem, en het verminderen van externe input centraal. Door Annelies haar leergierige aard, zullen ze de komende jaren kiezen voor een lerende aanpak: door te experimenteren, meten en evalueren willen ze stap voor stap toewerken naar een robuust, regeneratief teeltsysteem dat past bij de grond, bouwplan en omgeving.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 110 hectare
- Zeeklei
Bouwplan:
- Wintervlas
- Wintertarwe
- Zaaiui
- Suikerbiet
- Aardappelen
- Gerst
- Graszaad
De komende 3 jaar
Vinkje 1: de bodem is de basis
Door meer aandacht te besteden aan organische stof, bodemleven en structuur willen ze de komende jaren toewerken naar een weerbare, vruchtbare bodem. Dit willen ze onder andere doen door:
- Het inzetten van groenbemesters
- Onderzaai.
- Compostthee en fermenten.
- Te onderzoeken hoe mechanische onkruidbestrijding bij kan dragen aan het verbeteren van de bodemgezondheid.
Vinkje 2: Geen kunstmest
De komende jaren willen ze het gebruik van kunstmest reduceren en uiteindelijk volledig uitfaseren. Doordat er meer aandacht voor de bodem komt, zal uiteindelijk kunstmest (vrijwel) niet meer nodig zijn.
Vinkje 3: Zo min mogelijk pesticiden
Door de bodem te vitaliseren, hopen zij er ook zo voor te kunnen zorgen dat de plant meer weerstand krijgt en hierdoor bepaalde bestrijdingsmiddelen niet meer, of in ieder geval veel minder, nodig zijn. De plannen zijn in ieder geval om minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken in alle gewassen die er nu geteeld wordt.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Deze twee vinkjes worden door Annelies nu nog gezien als de grootste en spannendste uitdaging. Urgenda ondersteunt en helpt bij het zoeken van de juiste begeleiding passend bij Annelies en haar bedrijfsvoering, om zo de stappen te kunnen zetten en bij te dragen aan een biodivers landschap.
Uitdagingen en ambities
De verwachting van Annelies is dat de komende jaren veel chemische middelen van de markt af zullen gaan. Om met plagen als trips en onkruid om te kunnen gaan, is het dus belangrijk dat het bedrijf zich hierop aanpast en een robuuster, weerbaarder systeem wordt. De stappen die het bedrijf de komende jaren gaat zetten richting regeneratieve landbouw zijn dan ook stappen die hieraan bij kunnen dragen, maar ook weer andere uitdagingen met zich mee zal brengen.
Daarnaast zal een andere grote uitdaging zijn het invullen van de 10% landschapselementen. Rondom het bedrijf bevindt zich met name akkerbouw en geen natuur. Hoe zal de biodiversiteit over de komende jaren veranderen en welke landschapselementen passen binnen het bedrijf en bouwplan? Allemaal vragen waar we het komende jaar mee aan de slag zullen gaan en samen met Annelies zullen leren hoe we dit het beste aan kunnen pakken.
Het bedrijf van Annelies zal de komende jaren ontzettend mooie stappen zetten richting regeneratieve landbouw. Op deze manier zal het bedrijf van Annelies een voorbeeld bedrijf kunnen zijn voor anderen. Zo bouwen ze samen aan een vruchtbare toekomst voor volgende generaties, zowel voor de landbouw als voor het leven.
In de media
Biodiversiteit én boerdiversiteit in megaproject Urgenda
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.


