Eugene Hoppenreijs & André Jurrius
- Akkerbouwer
- Randwijk
- 20
Ekoboerderij de Wolfhoek
Van groen gras, naar biodivers gewas’ dat is het motto van André en Eugène. Eugène was altijd regulier melkveehouder maar verkocht dit jaar al zijn koeien en gaat zich nu laten omscholen tot akkerbouwer. Met behulp van André en Linda van Ekoboerderij Lingehof gaat hij zijn grond omschakelen naar biologisch en aan de slag met het telen van onder andere granen, pompoen, grasklaver, rode biet en lupine op 20 hectare rivierklei.
Om hun droombedrijf te creëren zullen ze de komende jaren flinke stappen moeten zetten. Zo zullen ze een gezond bodem-ecosysteem op moeten bouwen dat de planten ondersteunt en (bodem)biodiversiteit bevordert. Daarnaast zullen alle synthetische meststoffen en pesticiden tot nul worden teruggebracht. En daarnaast zal zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van een bedrijfseigen (en anders lokale) uitgangsmaterialen. Ze willen zo regeneratief mogelijk te werk gaan en eventueel zelfs doorschakelen naar een Demeter landbouwvorm.
Over het bedrijf
Huidige situatie
- 20 hectare gangbaar grasland
Bouwplan na omschakeling
- granen
- pompoen
- grasklaver
- rode biet
- lupine
De komende 3 jaar
Het bedrijf zal van een gangbaar melkveebedrijf overgaan naar een biologische akkerbouw. Dit zijn flinke stappen! Maar door deze stappen te zetten zullen zij uiteindelijk voldoen aan de vinkjes opgesteld door Urgenda.
Vinkje 1: de bodem is de basis
Een van hun belangrijkste uitgangspunten is de bodem. Ze zullen de komende tijd de bodem rust en herstel bieden door de volgende dingen toe te passen:
- Door hun gewasrotaties aan te passen, waarvan ongeveer 50% zal bestaan uit rustgewassen, zoals granen en vlinderbloemigen.
- Daarnaast zal alle mest uitsluitend van biologische mest komen, waarvan een groot aandeel vaste mest zal zijn.
- Ook zullen ze gebruik maken van winterharde groenbemesters om de voedingsstoffen vast te leggen en uitspoeling te voorkomen.
Vinkje 2 en 3: Geen kunstmest en zo min mogelijk pesticiden
Doordat het bedrijf de overstap maakt naar een biologisch akkerbouwbedrijf zal er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Door te focussen op een gezonde bodem en het inzetten van natuurlijke elementen, zullen ze een weerbaar systeem creëren dat niet afhankelijk zal hoeven te zijn van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
Vinkje 4 en 5: 10% landschapselementen en meer bomen
Rondom de percelen zullen ze de volgende elementen toevoegen om de biodiversiteit, en daarmee de natuurlijke plaagbestrijding te stimuleren:
- Langs de verschillende percelen worden kruidenrijke akkerranden ingezaaid.
- Daarnaast komen er ook houtige elementen, zoals een hoogstamboomgaard, rijen bomen en hagen.
Uitdagingen en ambities
Voor Eugene zal de omschakeling van melkveehouder naar akkerbouwer best groot zijn. Daarnaast is een deel van de infrastructuur van het bedrijf nu nog gericht is op de melkveehouderij. Gelukkig krijgt hij goede begeleiding van zijn compagnon André en Urgenda.
Met het bedrijf streven ze naar een mozaïeklandschap vol biodiversiteit met bomen, hagen, bloemenranden en waterpartijen die het ecosysteem versterken. Op de akkers vinden straks hoogwaardige, productieve en volledig chemievrije teelten plaats, ondersteund door de nieuwste duurzame technologieën. In nauwe samenwerking met biologische veehouders uit de regio sluiten ze de kringloop volledig — mest, voer en reststromen circuleren lokaal. Dit alles resulteert in een landbouw dat niet alleen voedt, maar ook herstelt: de bodem, de natuur en de gemeenschap.
De 7 vinkjes
1. De bodem is de basis
Teelt uit volle grond met zorgvuldig bodembeheer ter bevordering van een hoge bodemkwaliteit, met name door toepassing van methoden en technieken die het bodemleven verrijken, of in elk geval sparen. Te denken valt aan maatregelen zoals beperkte, of niet-kerende grondbewerking, gebruik van lichte(re) machines en vaste rijpaden, verruiming van de vruchtwisseling (akkerbouw), toepassing van groenbemesters en zorgvuldige recycling van organische reststromen zoals compost, mulch en maaimeststoffen.
2. Geen kunstmest
Van kunstmest naar organische meststoffen die het bodemleven voeden in plaats van schaden, zoals compost en stalmest, en het inzetten van stikstofbinders en andere groenbemesters. Kunstmest draagt niet bij aan een gezond bodemleven, maar de productie en toediening zorgt voor veel emissie van broeikasgassen en stikstof.
3. Zo min mogelijk pesticiden
Uitsluiting, of minimaal decimering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder afbouwen van het gebruik van de meest milieubelastende en schadelijke middelen.
4. 10% Landschapselementen
Op elke hectare leggen we landschapselementen aan om de bovengrondse biodiversiteit te ondersteunen. Denk aan heggen, hagen, poelen, natuurlijke waterkanten, keverbanken en bloemenstroken. Deze beslaan 10% van de grond onder het bedrijf en passen bij de streek.
5. Meer bomen
Een landbouw met bomen is beter bestand tegen het veranderende klimaat. Daarom planten we meer bomen, op plekken waar dat kan. En dan vooral ook bomen en andere houtige soorten die bijdragen aan de voedselproductie zoals fruit- en notenbomen. Bomen en andere permanente landschapselementen blijven minimaal 20 jaar onderdeel van het teeltsysteem.
6. Extensieve veeteelt
Indien er dieren worden gehouden dan is er sprake van extensieve, grondgebonden veeteelt met gemiddeld maximaal 1,5 GrootVee-Eenheden (GVE) per hectare landbouwgrond, bijvoorbeeld op oude of kruidenrijke graslanden.
7. Koe in de wei
Indien er sprake is van veeteelt, dan dient transport van vee, mest en veevoer tot het minimum te worden beperkt; voor vee geldt een minimum van 3000 uur weidegang ter bevordering van een diervriendelijk en zoveel mogelijk gras-gevoerde (rund)veehouderij.


